mandag 28. januar 2013

De Hollandse tijd in Noorwegen

Waarom heeft de Noorse taal zoveel Nederlandse woorden en uitdrukkingen? Waarom hebben zoveel Nederlandse voorwerpen hun weg weten te vinden naar Noorse huizen? Hoe kan het dat zoveel Noren Nederlandse achternamen hebben? Het antwoord op deze vragen is te vinden in het boek "Hollendartida i Norge, 1550 - 1750" dat in 2012 is uitgegeven door de Noorse uitgeverij Spartacus.

Noorse woorden als "hulter til bulter" (holderdebolder) en uitdrukkingen als "dette forstår jeg meg ikke en døyt av" (daar begrijp ik geen duit van) zijn afkomstig van de Nederlandse taal en cultuur. De Noorse rosemåling (decoratieve schilderingen) is ontstaan door de contacten met Nederland en vertoond gelijkenissen met volksschilderkunst uit Hindelopen. Zo was de tulp een geliefd motief voor de Noorse rozenschilders. Nederlandse kleipijpen en jeneverkruiken vonden hun weg naar Noorse huishoudens. In veel Noorse kustplaatsen kun je nog steeds een "Hollendargate" (Hollandsestraat) vinden en diverse gebieden in het hoge Noorden hebben Nederlandse namen, zoals het eiland Jan Mayen en de Barentszee.

De intensieve uitwisseling van goederen en de stroom van mensen die heen en weer reisden tussen Noorwegen en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (het grondgebied wat nu ongeveer Nederland is) in de periode 1550 - 1750 heeft duidelijke sporen achter gelaten in Noorwegen en de Noorse cultuur. De Republiek verwierf in de 17e eeuw (Gouden Eeuw) een grote politieke en economische macht en groeide uit tot het centrum van de wereldhandel.

Een belangrijke verklaring voor het succes van de Republiek waren de koloniën in Azië, Afrika en Amerika die zeer winstgevend waren. Tevens had de Republiek een vrije arbeidsmarkt en een uitgebreide markt voor het lenen en uitlenen van geld, waardoor het makkelijk was om investeringen te doen in bedrijven en staatsorganisaties, zoals de Vereenigde Oostindische Compagnie. Doordat de Republiek een relatief diverse, open en tolerante samenleving kende, was het makkelijker om ideeën en uitvindingen te ontwikkelen. Op bijna ieder terrein lief de Republiek voor op het buitenland. Een bekend voorbeeld van zo'n "noviteit" is het fluitschip, dat Nederlandse zeevaarders een groot voordeel gaf ten opzichte van veel andere zeevarende landen.

De handel met Noorwegen was van fundamenteel belang voor de Republiek om uit te kunnen groeien tot een wereldmacht. In Nederland waren geen bossen en er was grote behoefte aan hout. Zoals bekend is Amsterdam gebouwd op palen en dit waren Noorse boomstammen. Alleen al het stadhuis van Amsterdam staat op 13 000 boomstammen! De Nederlanders hadden hout nodig om schepen te bouwen, om zompige wegen te versterken, om vestingen te bouwen tegen de oorlog met de Spanjaarden, er was hout nodig om de huizen op te warmen, bier te brouwen, voedsel te bereiden en om tonnen te maken voor het bewaren van vis en andere handelswaren. Het hout werd met de Noren geruild tegen graan en zout, waaraan grote behoefte bestond in Noorwegen. Daarnaast werd er ook geruild tegen andere handelswaren, waarvan sommige tot dan toe onbekend waren voor de Noren, zoals damast, thee, kruiden en koffie.

Naast de handel met hout zorgden de Nederlanders er ook voor dat er een omvangrijke handel tot stand kwam in Noorse klipvis (gezouten en gedroogde kabeljauw), dat tot op de dag van vandaag nog steeds een belangrijk exportproduct is voor de Noren. De Noors-Deense koning zag met lede ogen toe hoe zijn land werd ontbost, en hij deed verwoede pogingen om via tolheffing greep te krijgen op de handel. Dit bleek op zijn beurt omvangrijke smokkelpraktijken in de hand te werken, en de bestuurders van de kleine, maar machtige Republiek haalden laconiek hun schouders op over de mokkende Noors-Deense koning.

Behalve handel en grondstoffen waren de Nederlanders ook nog om een andere reden geïnteresseerd in het hoge Noorden. De ambitieuze Republiek had de droom om via een noordelijke zeeweg naar het Verre Oosten te reizen en hiertoe werden vele verwoede ontdekkingsreizen georganiseerd. In het Verre Oosten waren immers zijde, kruiden, porcelein en andere rijkdommen te halen, die elders niet verkrijgbaar waren. Uiteindelijk bleek een noordelijke zeeweg naar China en India niet haalbaar te zijn, maar de gebieden die de Nederlanders onderweg ontdekten werden meteen uitgenut en kregen bovendien Nederlandse namen, zoals Spitsbergen en Barentszee.

Op Spitsbergen jaagden de Nederlanders op alles wat maar rondliep, zwom en vloog: ijsberen, walvissen, zeevogels, zeehonden en rendieren werden gevangen en geslacht. Ook de activiteiten van de Nederlanders in de noordelijke zeegebieden wekten irritaties op bij de Noors-Deense koning, maar wederom stond hij machteloos ten opzichte van de Republiek. Nederlandse ondernemers hadden zich georganiseerd in de Noordsche Compagnie en kregen de politieke steun van de Republiek aan hun zijde, die vasthield aan de idealen van Hugo Grotius dat iedereen recht had op de zee. De Nederlanders joegen andere staten die ook van de rijkdommen in het hoge Noorden wilden profiteren niet weg, maar zetten zo sterk in op de nieuwe gebieden, dat ze al snel de overhand kregen en anderen wegconcurreerden.

Behalve dat de Nederlanders de Noorse markt wisten uit te buiten, heeft Noorwegen op zijn beurt van de Republiek geprofiteerd. Veel Noren verlieten het arme Noorse platteland om in Nederlandse havensteden werk te vinden. Amsterdam was in die tijd een wereldmetropool. Van de Scandinavische landen waren de Noren verreweg het sterkst vertegenwoordigd in Amsterdam met op het hoogtepunt in 1650 zo'n 13 000 Noorse emigranten. Jongens en mannen vonden werk als zeeman, en meisjes en vrouwen konden aan de slag in de huishouding. Nederland was dichtbij en het was relatief makkelijk om mee te varen op een van de vele handelsboten die tussen Nederland en Noorwegen pendelden. Noren trouwden met Nederlanders en bleven in Nederland wonen, of ze verhuisden na vele jaren terug naar Noorwegen en namen de Nederlandse cultuur mee waarop ze op hun beurt de Noorse cultuur beïnvloeden.

Voor de Noren betekende de aanraking met de Republiek nieuwe ideeën, het opdoen van nieuwe kennis en goederen waarvan ze het bestaan niet wisten. De Noren leerden over zeevaart, over het drijven van moderne handel en financiën, zoals valutahandel en verzekeringen. Door de Nederlanders kwam er vaart in de Noorse houthandel en de houtzagerijen. Er kwam een uiterst winstgevende productie en export van klipvis op gang. Door de grote mobiliteit van mensen  vond er een culturele uitwisseling plaats op allerlei aspecten van het dagelijks leven zoals taal, religie, gewoonten, voedsel, gebruiksvoorwerpen, handwerk en kunst, meubels, mode en de bouw en de inrichting van huizen. De culturele uitwisseling was er niet alleen in het zuiden en westen van Noorwegen aan de kuststroken, maar strekte zich ook uit tot in Noord-Noorwegen.

De "Hollandse tijd" was niet de Noorse Gouden Eeuw: het waren de Nederlanders die over de wereldzeeën heersten. Maar het was net zo goed een belangrijke tijd voor Noorwegen. Want de activiteiten van de ambitieuze zeevaartrepubliek lieten diepe sporen achter, niet alleen op de Noren, maar ook elders in de wereld.

De schrijfster van het boek is Margit Løyland, historica en hoofdarchivaris van het Riksarkiv in Noorwegen (het Riksarkiv is vergelijkbaar met het Nationaal Archief in Nederland). Zij heeft zich voor haar boek vooral gebaseerd op Noors onderzoek naar de contacten tussen de Noorse regio Agder en Nederland tussen 1600 en 1700. Løyland heeft jammergenoeg weinig gebruik gemaakt van Nederlandse bronnen en onderzoeksrapporten. Het taalverschil zal hier mede debet aan geweest zijn.

Vandaag de dag emigreren er meer Nederlanders naar Noorwegen dan Noren naar Nederland. De rollen lijken omgedraaid te zijn. Misschien beleefd Noorwegen op dit moment zijn Gouden Eeuw met de vondst en de uitwinning van enorme olievoorraden op het Noorse territorium en de territoriale zee. Er is echter lang niet zo'n massale emigratie naar Noorwegen als van Noorwegen naar Nederland in de Gouden Eeuw. De Nederlanders in het Noorwegen van nu beïnvloeden op hun beurt de Noorse cultuur door hun Nederlandse mentaliteit, gewoonten, ideeën en kennis mee te nemen naar Noorwegen. Wie weet wat onderzoekers daarover over een paar eeuwen zullen schrijven.

Meer info: Hollendartida i Norge, 1550 - 1750.

søndag 20. januar 2013

Trollentekenaars

Trollen zijn de meest markante bovennatuurlijke wezens in de Noorse volkscultuur. Ze komen voor in sprookjes en eeuwenoude sagen over de geschiedenis van Scandinavië. Trollen zijn reuzegroot, sterk en lelijk. Als ze lopen, trilt de grond. Ze kunnen grote rotsblokken optillen en door de lucht gooien. Er zijn trollen die meerdere hoofden hebben en trollen met maar een oog. Veel trollen wonen in de bergen, maar er zijn ook trollen die in het bos of in het water leven. Ze zijn rijk en bezitten grote hopen goud en zilver.

Ondanks dat de trollen groot en sterk zijn, kunnen mensen de trollen slim af zijn en hun goud en zilver in handen krijgen. Trollen zijn namelijk heel dom en kunnen bijvoorbeeld geen zonlicht verdragen. Als de trollen uit de bergen worden gelokt als de zon schijnt, verstenen ze en kunnen ze zich niet meer roeren. Van sommige stenen en bergen in Noorwegen kun je je afvragen of het versteende trollen zijn.

Zeg nou zelf, als je in dit winterlandschap op stap bent, het wordt donker en je hoort allerlei geritsel om je heen. Zou je dan ook niet denken dat er een groep trollen voorbij loopt?

Een aantal kunstenaars heeft onze beeldvorming van trollen beïnvloed. Bekend zijn de illustraties van Noorse volkssprooksjes van de Noorse kunstenaar Theodoor Kittelsen (1857 - 1914). De troll hierboven zit te peinzen over hoe oud hij is.

Een kunstenaar die een heel andere draai aan de trollen gaf is de Zweed Rolf Lidberg (1930 - 2005). Hij maakte lieflijke tekeningen van trollen en schilderingen van de Scandinavische natuur en het buitenleven. Lidberg had een bochel en een lange baard, waardoor hij er zelf ook een beetje uitzag als een troll. Ieder jaar wordt er een kalender uitgebracht met zijn trolltekeningen.

Een moderne trollentekenaar is de Noor Ivar Rødningen (1957 - ). Ook van zijn werk wordt jaarlijks een kalender uitgebracht. Met zijn trollen keert hij terug naar het werk van Theodoor Kittelsen, waarin trollen geheimzinnig en gevaarlijk waren. Rødningen is filmkunstenaar en zijn tekeningen lijken dan ook verstilde plaatjes uit een animatiefilm. Het verhaal kun je er zelf bij denken.


Meer info:
* Theodor Kittelsen
* Rolf Lidberg
* Ivar Rødningen

lørdag 19. januar 2013

Het neusje van de broccoli

We eten regelmatig broccoli. Het is gezond en bovendien eenvoudig en snel klaar te maken. Al jaren geleden las ik in de wekelijkse nieuwsbrief van mijn biologische groentenpakket dat je ook de steel van de broccoli kunt eten. Gewoon even schillen, in blokjes snijden en met de rest van de broccoli meekoken. Nou, dat was ik niet gewend. Ik vond het maar vreemd. De steel ging met het andere groentenafval in de composteerbak.

Maar hoe vaker ik het las van die eetbare steel, hoe meer ik vond dat ik toch wel erg veel van die goede, kostbare broccoli weggooide. Tot ik op een dag toch maar eens de stoute schoenen aantrok en de steel testte op zijn eetbaarheid. Ik sneed zoveel van de steel af dat er weinig meer overbleef dan een dunne asperge. Vol verwachting werd er na het koken geproefd. Het blijkt een delicatesse te zijn! De steel is juist het lekkerste gedeelte van de broccoli: het spreekwoordelijke neusje van de zalm! Shame on me dat ik al die jaren stelen heb weggegooid. Inmiddels probeer ik de steel zo te schillen, dat ik zoveel mogelijk groente overhoudt. Bij het opscheppen van de broccoli op onze bordjes,  zijn "de stukjes" favourieter dan "de roosjes".

Van de week staat er bloemkool op het menu. Opeens schiet door mijn hoofd: zou je de bloemkoolsteel ook kunnen eten? Even googelen. Ja, die is ook eetbaar. Dat gaan we proberen!

Brokkolien i pølsa

Vi spiser ofte brokkoli. Det er sunt og dessuten er det enkelt og raskt å lage. For mange år siden leste jeg i det ukentlige nyhetsbrevet fra mitt økologiske grønnsaksabonnement at man også kan spise stilken til brokkoli. Det er bare å skrelle det, å skjære det i terninger og å koke det sammen med resten av brokkolien. Nå, det var jeg ikke vant til. Jeg syntes det var rart. Stilken ble kastet sammen med de andre grønnsaksrestene i kompostkassen.

Men jo oftere jeg leste om den spisbare stilken des to mer jeg syntes at jeg kastet nokså mye av den gode, verdifulle brokkolien. Til jeg på en god dag tok mot til meg og testet stilken om det kunne spises. Jeg skjæret så mye av stilken at det ikke ble mye mer til overs enn en tynn asperge. Forventningsfull smakte jeg det etter kokingen. Det viser seg å være en delikatesse! Stilken er nettopp den deiligste delen av brokkolien: den velkente rosinen i pølsa! Shame on me at jeg har kastet bort stilkene i årevis. Nå prøver jeg å skrelle stilken slik at det blir igjen så mye grønnsak som mulig. Når vi forsyner oss med brokkeli, foretrekkes "stykkene" over "rosene".

Denne uka står det blomkål på menyen. Plutselig lurer jeg på: er det mulig å spise blomkålstilken? Jeg sjekker det på Google. Ja, den er også spisbar. Det skal vi prøve!

fredag 18. januar 2013

Wilde beestenboel

We wonen op het Noorse platteland en komen dan ook met enige regelmaat wilde dieren tegen, zoals herten, elanden, vossen en dassen. Nu blijkt er ook een wolf rond te lopen bij ons in de buurt en Marco heeft vandaag een lynx de weg over zien steken. Wat een wilde beestenboel!

De wilde dieren zijn erg schuw en bang voor mensen. We hebben dus niets van ze te vrezen. Dat er hier in het zuiden van Noorwegen een wolf rondloopt is zeldzaam. Vermoedelijk is deze eenzame wolf eerder vorig jaar in Drangedal (onze buurgemeente) gesignaleerd. Er is toestemming gegeven om op het beest te jagen, en een groep jagers zit het arme beest nu achterna. Het is opvallend hoeveel gemengde reacties de regionale krant daarover heeft gekregen. Jagen is immers een volkssport in Noorwegen. Toch vinden veel mensen dat het beest maar met rust gelaten moet worden. Dat vind ik ook.

Ook al wonen er hier nog zo weinig mensen per vierkante kilometer, er is al enorm veel plaats van de wilde dieren afgenomen door landbouw, bosbouw, bebouwing en infrastructuur. Daar komt bij dat de lichtvervuiling van de stad Skien schrikbarend is en dat het verkeer regelmatig slachtoffers eist onder de wilde dieren.

Het is fijn om te merken dat de Noren langzaam aan meer hart voor dieren krijgen. Nu is het nog wachten op een verbod op de pelsdierfokkerij. Deze bedrijfstak is in Noorwegen in opbloei. Noorwegen is nog het enige land in Europa waar de regelgeving zo soepel is, dat er winst gemaakt kan worden met het fokken van pelsdieren. Het is een bedrijfstak die bekend staat als zeer dieronvriendelijk. De Noorse dierenbescherming onthult keer op keer schokkende beelden van grove nalatigheden en overtredingen op het gebied dierenwelzijn. De meeste vachten wordt geëxporteerd naar China. Er zijn ook Noren die rondlopen met bontjassen, meestal oudere dames. Dat kan in Nederland gelukkig niet meer.