mandag 29. august 2011

Over zacht zomerfruit en leven met de seizoenen


Het is begin augustus en onze vakantie loopt op zijn eind. Het is oogsttijd. We hebben de afgelopen dagen bijna zes kilo zwarte bessen, rode bessen en frambozen geplukt. Het plukken kost nog de minste tijd. Veel arbeidsintensiever is het om ze schoon te maken: steeltjes en blaadjes eraf en beestjes verwijderen. We doen ze in bakjes van 300 gr in de vriezer, zodat we er later mee kunnen doen wat we willen. De bessen blijven uitstekend in tact bij ontdooien. De frambozen komen minder fraai uit de dooi vandaan, maar de smaak is prima. Mijn grote doel is om net als vorig jaar 52 bakjes vol te maken, zodat we voor elke week van het jaar een bakje kunnen open trekken. De grote slag hopen we te maken met de bosbessenoogst over een paar weken en het maken van appelmoes in de loop van september.

Op het platteland van Noorwegen beleven we de seizoenen veel intenser dan in Nederland. Het zijn niet alleen het weer, de kleur van de blaadjes aan de bomen en de stand van de zon die de seizoenen aangeven, maar ook de menselijke handelingen en rituelen, zoals het midzomerfeest, de oogst, de jacht en het kerstfeest. Toen ik nog in Nederland woonde, beleefde ik de seizoenen eigenlijk vooral aan de hand van de inhoud van de groententas en de acties van de biologische winkel. In de winter was dat de actie om te sparen voor een zakje gratis biologische oliebollen en in de zomer de spaaractie voor zacht zomerfruit: een doosje bessen, bramen of frambozen.
 
Zacht zomerfruit speelde een belangrijke rol in mijn beslissing om te onderzoeken of ik naar Noorwegen zou willen verhuizen. Vier jaar geleden deed ik zomerwerk in de gemeente Drangedal, een buurgemeente van Nome. Ik had er een toptijd. Tegelijkertijd wist ik dat ik veel zou moeten opgeven als ik van land zou wisselen: een goede baan, een leuke pensioenopbouw, diploma's die in Noorwegen onbekend zijn, een fijn huis, een goede auto... Ik vroeg om een teken. Het werden de rijpe frambozen die overal langs de bermen stonden. Je hoefde de takken maar aan te raken of ze vielen gewoon al in je handen. Het deed mij denken aan de tuin van mijn opa en oma. Die hadden een grote moestuin bij hun huis op Goeree-Overflakkee. De tuin was hun lust en hun leven, en ik heb er hele goede en warme herinneringen aan. De geuren, de spannende paadjes tussen de bedden en kassen in, de kleuren en de insekten. En de overvloed aan heerlijkheden die de tuin voortbracht: allerlei soorten groenten, appels, aardbeien, en... frambozen. Toen ik voor de frambozenstruiken ergens in het buitengebied van Drangedal stond en mijn hartekreet uitzond, voelde ik mij opeens heel beschermd. In een land dat zo rijk is dat de rijpe frambozen zo in je hand vallen, voelde ik gewoon dat het goed was om naar Noorwegen te gaan.

De boeren en tuinders zijn vollop aan het oogsten. Van de week zijn we bij Piet in Drangedal geweest en hebben daar een paar rugzakken vol met groenten "geoogst". Het was heerlijk om weer eens tuinbonen te eten, dat was al weer een jaar geleden! Er zullen vast mensen zijn die het raar vinden om jezelf bepaalde groenten te onthouden door in een land te gaan wonen waar ze niet of moeilijk (biologisch) verkrijgbaar zijn. Voor mij is dat helemaal niet raar. In Nederland was ik ook al gewend om sommige groenten maar een of een paar keer per jaar te eten met mijn abonnement op biologische groenten. Datgene eten wat de boer heeft verbouwd en geoogst. Naast de tuinbonen hebben we ook gesmuld van Piet's peultjes. Vannacht liggen er augurken in een kom zout water in onze kelder. Morgen ga ik ze inmaken, dat heb ik nog nooit eerder gedaan. Spannend of het goed resultaat gaat opleveren!

We passen ons graag aan, aan de Noorse seizoenen. Toch lukt dat niet altijd even goed. Er ligt al weer boerenkool in de schappen van de supermarkt, terwijl er buiten zomerse temperaturen zijn. Sommige dingen wennen misschien nooit.