lørdag 26. februar 2011

Oslo Ski - VM 2011

Er is een gekte losgebarsten in Noorwegen. Het hele land is in de ban van Oslo Ski - VM 2011, het wereldkampioenschap Noordse skisport. Het 12 dagen durende programma bestaat uit 21 medaillewedstrijden op het gebied van langrenn (langlaufen) en hopp (skispringen). Er nemen 636 sporters deel uit 49 landen, waaronder 32 Noren en 2 Nederlanders. Afgelopen woensdag werd het VM op spectaculaire wijze geopend in de binnenstad van Oslo.

De arena's rond de skischansen en de skiparcours bieden plaats aan tienduizenden mensen, maar daar bovenop volgen zo'n 20.000 Noren de wedstrijden vanuit hun tentjes die ze in de omringende bossen hebben opgezet. Dat er meters sneeuw liggen en dat de temperatuur flink onder nul kan zakken, deert ze niets. Zoals een sportevenement als dit betaamt wordt er flink aan merchandising gedaan: er is van alles op de markt, zoals officiële VM-truien, mutsen, thermoskannen, handenwarmers, zitmatjes en koeienbellen om de sporters mee aan te moedigen. Ook ik ben niet aan de commercie van het sportfestijn ontsnapt. Op zoek naar een sneeuwschep voor achter in de auto voor het geval dat ik een keer vast zou komen te zitten, viel de keus op de VM-sneeuwschep. Overigens niet omdat het logo nou zoveel indruk op mij maakte, maar vanwege het mooie design en de kwaliteit (en hopelijk ook de duurzaamheid) van het product.

Het VM is zeer strak georganiseerd, ten minste dat heeft de organisatie in de afgelopen maanden uit proberen te stralen via interviews op tv. Opvallend voor Marco en mij, omdat wij inmiddels bekend zijn met de ongestructureerde manier waarop Noren vaak te werk plegen te gaan. Maar of het echt zo strak is... Vandaag was er een enorme toeloop naar het stadium. Mensen hebben uren lang staan wachten op de metro in het centrum van Oslo. Voor de entree van de sportarena's wachtte hen wederom lange rijen. Sommigen hebben de wedstrijd waarvoor ze een kaartje hadden gekocht, niet eens kunnen zien. En dat terwijl het nieuws een aantal weken geleden een item had over dat de metrocapaciteit wel eens te kort zou kunnen schieten... Een ander verbazingwekkend iets voor ons was een regionaal nieuwsitem over dat zoveel Noren naar het VM kijken onder werktijd. Ook medewerkers bij de politie deden daar vrolijk aan mee met een groot beeldscherm in de meldkamer. Dat kon prima volgens de dienstdoende chef omdat er tijdens zo'n VM toch altijd minder criminaliteit is... Hopelijk keken doortrapte criminelen op dat moment niet naar het nieuws.

Ik moet eerlijk bekennen dat het VM ons niet zo boeit. Wie er tegen wie moet en welke afstanden er op het programma staan, weten we niet. We gaan niet speciaal voor de buis zitten om naar wedstrijden te kijken. Dat geldt overigens voor sport in het algemeen, vooral voetbal. Toch heb ik dit keer een favouriet: Marit Bjørgen mag van mij tot VM dronning (WK koningin) gekroond worden. Marit is langlaufster en heeft tientallen gouden medialles op haar naam staan, zowel WK als OL. Maar dat is niet de voornaamste reden waarvoor ze van mij op dit kampioenschap de meeste medailles binnen mag slepen: ze is vrijwel altijd blij en opgewekt, en tevens is ze heel bescheiden over haar succes. Ze werkt keihard aan haar sportcarrière en als het een keer tegen zit, wijst ze niet meteen naar anderen die dat veroorzaakt zouden kunnen hebben. Een zeer sportieve vrouw, die een voorbeeld mag zijn voor iedereen!


Meer informatie over de Ski -VM: http://www.oslo2011.no/.

Aanloopkat

Met een fulltime baan is het moeilijk om zelf dieren te houden, helemaal als je in je eentje woont. Marco en ik waren in Nederland echter allebei in de gelukkige omstandigheden dat we een aanloopkat hadden. Voor Marco was dat een oude, broodmagere zwarte kater, die bij een overbuurvrouw woonde. Pas veel later hoorden we dat hij van de vrouw was geweest die voor Marco in het huis woonde. Geen wonder dat hij graag op bezoek kwam, gewoon weer even rondkijken in zijn oude, vertrouwde huis.

In Utrecht had ik Boris, een kleine wit en grijsgestreepte kater van de buren. De buren waren haast nooit thuis en Boris was een echt gezelligheidsdier die vaak bij mij langs kwam. Als Boris in de gaten had dat ik thuis was, wilde hij naar binnen. Het liefste lag hij luid spinnend bij me, in een stoel of op de bank. Als dank voor alle aandacht en warme slaapplekjes vond ik in de zomermaanden regelmatig een bloederig vogeltje op mijn deurmat.

Marco en ik zouden graag huisdieren willen hebben nu we samenwonen, maar daar willen we pas aan beginnen als we een eigen huis hebben. Gelukkig hebben we nu ook een aanloopkat, de boerderijkat van onze buren. Regelmatig komt Nussi even bij ons binnen. Dan wordt alles nauwkeurig geïnspecteerd en de meubels krijgen een kopje. Ons huis behoort tot zijn territorium! Rust heeft Nussi niet. Pas als wij lang stilzitten, bijvoorbeeld omdat we op de bank naar de televisie kijken, komt Nussi bij ons liggen. Maar als we opstaan om even naar de wc te gaan of om thee te zetten, dan springt Nussi meteen op en komt hij niet meer goed tot rust. Het is een echte buitenkat die liever buiten is dan binnen. Net als zijn baasje, die boer is, en ook liever met zijn tractor in de weer is dan thuis te zitten.

tirsdag 22. februar 2011

Goedkoop eten - een bewuste keuze


Het is algemeen bekend dat de prijzen voor voedingsmiddelen in Noorwegen hoger liggen dan in Nederland. Toch geven wij in Noorwegen niet veel meer geld uit aan onze boodschappen dan in Nederland.

Ons voedingspatroon is, sinds we naar Noorwegen verhuisd zijn, niet wezenlijk veranderd. We ontbijten en lunchen op vergelijkbare manier, eten dezelfde soort tussendoortjes en voor onze avondmaaltijden gebruiken we overwegend de recepten die we ook in Nederland gebruikten. Elke week maken we een tocht naar de supermarkt om ons boodschappenkarretje vol te laden met alle producten die we zeven dagen lang nodig hebben om ons van gevarieerde en voedzame maaltijden te voorzien. Daar hebben we ook genoeg aan. We verlangen niet naar nog meer of naar iets anders om in onze mond te stoppen.

Waardoor komt het dat wij in Noorwegen niet meer uitgeven aan voeding dan in Nederland? Ik weet het niet precies, maar ik verklaar het hierdoor dat ik in Nederland eigenlijk al relatief veel geld uitgaf voor voeding. Ik kocht toen al zoveel mogelijk biologische producten. Dat doe ik in Noorwegen nog steeds. Bovendien kopen we vrijwel alleen maar basis producten, zoals pakken melk, potjes honing, zakken aardappelen en groenten. We kopen maar weinig veredelde voedingsmiddelen, zoals diepvriespizza's, pakjes voor het maken van saus of soep, zakken chips en flessen frisdrank.

Verrassend genoeg vallen zowel Noorwegen als Nederland in dezelfde klasse als het gaat om het percentage van het huishoudbudget dat aan voeding wordt besteed. Samen met Zweden, Engeland en Duitsland vallen Noorwegen en Nederland in de laagste klasse: slechts 9,3 tot 11,8% van het huishoudbudget wordt besteed aan voedingsmiddelen. Dit in tegenstelling tot landen als België en Frankrijk, waar circa 13% aan voeding wordt uitgegeven, of Italië en Spanje die rond de 18% liggen. Net als in Nederland zijn Noorse huishoudens in de loop van de tijd een steeds minder groot deel van hun budget aan voedsel gaan besteden. Het aandeel van voeding in de totale consumptie in Nederland en Noorwegen is in vergelijking met de vorige eeuw aanzienlijk gedaald. Onze Nederlandse grootmoeders besteden in de jaren '30 van de vorige eeuw ruim 30% van hun huishoudbudget aan voedsel. Voor Noorse grootmoeders lagen de voedingsuitgaven in de jaren '50 van de vorige eeuw zelfs op 40%. Vandaag de dag wordt in beide landen minder dan 12% van het huishoudbudget aan voeding uitgegeven.

Hoe kan het dat zowel Nederlanders als Noren nog maar een relatief klein deel van hun budget aan voeding uitgeven? Uiteraard heeft dat te maken met economische groei. Zowel Nederland als Noorwegen behoren vandaag de dag tot de rijkste landen ter wereld. Onze huishoudbudgetten zijn in de loop van de tijd flink toegenomen. De uitgaven voor voedsel zijn naar verhouding lager geworden bij het stijgen van het huishoudbudget. Maar dit is niet de enige verklaring. Voedsel is ook steeds goedkoper geworden. Door de na-oorlogse bevolkingsgroei en de drang naar economische groei, is er een voortdurende druk op voedselproducenten komen te liggen om zo goedkoop mogelijk voedsel te maken. Met behulp van techniek en wetenschap zijn kostenbesparende productietechnieken ontwikkeld, zoals kunstmest, bio-industrie en intensieve landbouw. Hierdoor kon er steeds meer voedsel geproduceerd worden tegen steeds lagere kosten: koeien die meer melk geven, kippen waar meer vlees aan zit en landbouwgrond waar meer aardappels vandaan komen.

Waarom geven Marco en ik bewust meer geld uit aan voedsel dan de meeste andere consumenten? We zouden ons immers jaarlijks een aardig bedrag kunnen besparen door "gewone" producten te kopen in plaats van de duurdere biologische producten. Onze keuze voor biologische voedingsmiddelen lijkt geen economisch logische keuze. De huidige economie gaat er immers vanuit dat consumenten het product kiezen met de laagste prijs. Wij kiezen daarentegen vaak voor de duurdere biologische producten. Wij zijn van mening dat biologische producten niet duur zijn. Er is niets mis met de prijs van biologische producten. Wat er volgens ons mis is, is dat "gewone" producten te goedkoop zijn.

De kostenbesparende voedselproductiemethoden zorgen er niet alleen voor dat voedsel goedkoop geproduceerd kan worden. Het zijn ook methoden die ten koste gaan van dier, aarde en mens. Ze worden geproduceerd terwijl er roofbouw gepleegd wordt: ze putten de aarde uit zonder er iets in terug te investeren. Zeeën worden leeggevisd, landbouwgrond wordt verarmt, grondwater wordt vervuild, dieren leven onder erbarmelijke omstandigheden, en mensen eten voedingsmiddelen die gifresten bevatten. Wat achterblijft is een leeggeroofde, uitgeputte en vervuilde aarde, gefrustreerde en zieke dieren en zieke mensen. Kiezen consumenten voor een biologisch product, dan krijgen ze niet alleen een product wat goed smaakt, maar ook een product dat goed is voor mens, dier en aarde. In de biologische voedingsmiddelenproductie wordt de natuur als een eenheid beschouwd, een samenspel tussen aarde, planten, dieren en mensen. Daarom neemt men strenge regels in acht met betrekking tot milieu, gezondheid en kwaliteit in het hele productieproces, van aarde tot bord.

Biologische producten bevatten geen chemisch-synthetische gifresten, kunstmatige kleurstoffen en aroma's, zoetmiddelen en conserveringsmiddelen. Uit veel onderzoeken blijkt dat biologische voedingsmiddelen vaak meer mineralen, antioxidanten en vitaminen bevatten. Dieren hebben meer plek, gezond voer en kunnen in de frisse buitenlucht zijn. De biologische verscheidenheid aan planten, dieren en leven op de aarde wordt bevorderd. Boeren gebruiken vooral lokale en vernieuwbare bronnen, zoals windenergie en natuurlijke mest, waardoor het energieverbruik verminderd evenals de vervuiling van grond, lucht en water. Ik zou zo nog wel even door kunnen gaan met het opnoemen van alle positieve aspecten van biologische producten tot en met een meer rechtvaardige behandeling van de producenten (denk bijvoorbeeld aan degenen die werken op katoenplantages en koffieplantages) tot en met de oplossing van het wereldvoedselprobleem. Het VN milieuprogramma ziet biologische landbouw als een belangrijk middel voor het verbeteren van de voedselvoorziening in Afrika.

Marco en ik willen graag meer geld uitgeven aan voedsel als dat voedsel is die bijdraagt aan een duurzame wereld, een natuurlijke balans. We leven omdat we elke dag ons lichaam kunnen voeden, onze zachte machine in gang kunnen houden met de brandstof die de natuur ons biedt: melk, groenten, vlees, vis, enzovoorts. Dat we moeten betalen voor onze voeding en nog meer moet betalen voor voedsel dat geproduceerd wordt op een duurzame manier, hebben we er graag voor over.

Lang niet al het voedsel dat wij kopen is biologisch. Sommige biologische voedingsmiddelen zijn gewoonweg niet te koop waar wij wonen. Een aantal biologische voedingsmiddelen vinden wij te duur. Zo is biologische rijst in Noorwegen schrikbarend duur, jammergenoeg. Maar we proberen zo veel mogelijk biologische producten te kopen zolang wij dat budgettair voor onszelf kunnen verdedigen. Wij weten dat onze keuze voor biologische producten verder gaat dan ons zelf. De keuze van ons als consument is bepalend voor wat de winkels aanbieden. Hoe meer biologische producten wij kopen die rekening houden met gezondheid, milieu en rechtvaardigheid, hoe meer winkels geneigd zullen zijn om die producten te koop aan te bieden.

Door ons consumentengedrag dragen wij bij aan een duurzame wereld. Dat is onze positieve bijdrage aan deze wereld. Ons geld gaat naar de boer die er geheel vrijwillig voor kiest om zijn aardappels niet te bespuiten met landbouwgif. Op die manier voorkomt hij dat er gifresten in de aardappelen achterblijven, het grondwater vervuilt wordt en insekten uitsterven. Het gaat naar de boer die er voor kiest om handmatig (extra werkgelegenheid!) het onkruid te verwijderen. Dat een vijf kilozak biologische aardappelen daarmee een paar euro duurder is dan eenzelfde zak "gewone" aardappelen, vinden wij niet duur. Dat is goedkoop!

Obs. De term 'biologisch' ("økologisk" op zijn Noors) is wettelijk beschermd voor de landbouw en levensmiddelenproductie. Biologische producten moeten een keurmerk hebben. In Nederland is dit het EKO-keurmerk dat door Stichting Skal wordt verstrekt. In Noorwegen wordt de controle uitgevoerd door Debio die het gelijknamige Debio-keurmerk kan verstrekken. Voor winkels en horeca is biologisch geen beschermde term. Dat een product in een winkel of restaurant "biologisch" genoemd wordt, wil dus niet zeggen dat het voldoet aan de wettelijke eisen. Alleen echte biologische producten hebben een keurmerk.

Meer weten?
Biologica
Eko-keurmerk
Oikos

søndag 13. februar 2011

Groene avond

Vanavond hebben we een groene avond. De zelfgemaakte erwtensoep is groen. Op de foto is te zien dat de lepel er rechtop in kan blijven staan.

Daarna hebben we een "Hulkie" gemaakt, een smoothie van sinaasappels en kiwi's, genoemd naar de groene helt De Hulk. 100% ecologisch uiteraard. Recept: vier sinaasappels uitpersen en een stuk of vijf kiwi's schillen en het vruchtvlees in stukken snijden. Het sinaasappelsap en de kiwi's met de staafmixer pureren tot sap. Reken maar dat dit kracht geeft!


Skiwandeltochten

De dagen worden langer en er ligt vollop sneeuw: ideale omstandigheden om in de weekenden er op uit te trekken en heerlijke skitochten te maken. Vorig jaar, onze eerste winter in Nome, hebben we het skigebied bij ons buurtschap Helgen verkend. Dit jaar zijn we het skigebied bij het centrum van Ulefoss aan het verkennen, op nog geen 15 minuten rijden van ons huis. Zo hebben we gisteren een prachtige tocht gemaakt naar Nukedalen, en via Vindsas en Setervang weer terug naar het beginpunt.

Als we loypes voor de eerste keer doen, zijn we altijd een beetje voorzichtig. Komen we bijvoorbeeld bij een helling waarvan we niet kunnen overzien hoe lang en hoe stijl het naar beneden gaat, dan zetten we meteen een beentje buiten het spoor om stand-by te zijn om te remmen. Pas als we een loype meerdere keren hebben gedaan en we weten dat de helling zonder al te gekke bochten naar beneden loopt en gevolgd wordt door een stijging, gaan we volluit naar beneden. Het liefst een beetje door de knieën gezakt met de skistokken onder de oksels. Op sommige hellingen voelen we het kietelen in onze buik.

Gisteren waren we op een onbekende loype en gingen we een helling af. Het skispoor hield op en dat is een teken dat het vrij steil kan zijn. Ik ging voorop met mijn beide beentjes netjes in de ploeg om af te remmen. De helling was niet lang, maar inderdaad vrij steil en ik had de zaak redelijk onder controle. Zie ik aan het eind van de helling opeens een sneeuwdrempel van een slordige 40 centimeter hoogte opdoemen! Ik had drie keuzes om deze mini skischans te nemen: afremmen en voor de drempel stoppen, zo zacht mogelijk over de drempel skieën, óf het erop wagen en als een skispringer van de schans springen. Het werd een combinatie van alle drie. Ik probeerde uit alle macht af te remmen, maar het lukte niet om voor de drempel te stoppen, waardoor ik met een zacht vaartje over de drempel gleed en vervolgens als een skispringer terecht kwam in de tegenoverliggende helling: met mijn ski's in V-stand en met mijn lichaam en gezicht plat in de sneeuw daartussen in. Gelukkig was de sneeuw zacht en de situatie was zo komisch dat we er hartelijk om konden lachen.

Zoals gewoonlijk rond deze tijd van het jaar is de lucht strakblauw en de zon schijnt vollop. We genieten bij het skieën enorm van het buiten zijn in de frisse buitenlucht, het bewegen, de stilte en het mooie landschap. Voor een skitocht vertrekken we 's middags meteen na de lunch, dan is de temperatuur gestegen tot slechts enkele graden onder nul. Omdat er geen wind staat, en we met het skieën voortdurend in beweging zijn, is het zeer aangenaam. Rond 15.30 uur zijn we meestal weer thuis. Door de warmte van de houtkachel en een warme douche hebben we de hele avond een lekker rozig gevoel en is het na het avondeten niet moeilijk om in slaap te vallen.

Bij de skitochten ligt ons tempo op gemiddeld vijf kilometer per uur, een normaal wandeltempo. We hoeven niet per se sneller te gaan. Een skitocht is voor ons een soort wandeltocht door het winterlandschap. We zijn blij dat er plaatselijk zoveel goede, mooie loypes zijn waar eigenlijk alleen mensen gebruik van maken die hier wonen. Zouden de loypes regionaal bekend zijn of zouden er alpine skimogelijkheden zijn, zoals bij Gautefall en Lifjell in onze buurgemeenten, dan zou er veel meer drukte zijn en dat is juist wat wij niet willen.

Langrenn oftewel langlaufen is een zeer sportieve vrijetijdsbesteding. Alle kracht, ook voor het stijgen, moet uit het eigen lichaam gehaald worden. Zowel armen als benen zijn voortdurend in beweging. Daarnaast is langrenn ook een goedkope tijdsbesteding. Zelfs al zouden we bij een skitocht geld willen uitgeven, dan zouden we het niet kwijt kunnen. De uitrusting (ski's, stokken en schoenen) is minder kostbaar dan bij alpine skieën en gaat jarenlang mee. Wat kleding betreft, kunnen we uitstekend uit de voeten met onze hardloop- en bergwandelkleding. Bij de loypes zijn geen koffietentjes of restaurantjes. Voor onderweg nemen we een thermos mee en wat lekkers. De loypes worden onderhouden door de plaatselijke sportverenigingen en er wordt geen entree geheven. Kosten voor een heerlijke, sportieve middag in de vrije natuur: 0 kroner. Hoezo is Noorwegen een duur land?

mandag 7. februar 2011

Werk: oppdatering

Het is ruim een half jaar geleden dat ik schreef hoe het ging met ons werk. Trouwe bloglezers begonnen te vragen hoe het daarmee staat. Hoog tijd dus voor een  up-date. Noren zouden zeggen: oppdatering.

De nieuwe serie speeltoestellen voor kinderen vanaf 6 jaar, is een bestseller. Zie het blogartikel: Een paar dagen uit het leven van een produktontwikkelaar. Met name in de regio Oslo worden de toestellen goed verkocht. De afgelopen maanden heeft Marco gewerkt aan de verbetering van een aantal bestaande speelstoestellen, zoals de Ufo: een schommel in de vorm van een schotel. Dit was een goed lopend product, totdat het uit de verkoop gehaald moest worden omdat de veiligheidsnormen aangescherpt werden en het product niet meer aan de normen voldeed. Inmiddels heeft Marco het product zodanig aangepast dat het aan de nieuwe normen voldoet en kan de schommel weer vollop verkocht worden. Op dit moment is Marco bezig om de serie speeltoestellen voor jonge kinderen vanaf 0 jaar te vernieuwen. De hele serie wordt in een modern jasje gestoken zodat ze qua uiterlijk past bij de serie voor de oudere kinderen. Over een paar maanden wil Søve Lekemiljø de catalogus voor 2011 uitbrengen en de bedoeling is dat de vernieuwde mini-serie daar een prominente plaats in krijgt.

Over mijn werk schreef ik voor het laatst in het blogartikel: Achtbaan. Mijn tijdelijke contract is met ruim twee jaar verlengd, tot eind 2012. Het gemeentebestuur heeft in december 2011 ook de financiële middelen beschikbaar gesteld voor de verlenging van het project. Dit betekent dat ik voorlopig door kan gaan met het begeleiden van Nederlanders bij hun verhuizing naar onze mooie gemeente. In het afgelopen jaar zijn een aantal Nederlandse families op basis van mijn begeleiding hierheen verhuisd. Zij wonen met tevredenheid in de gemeente en zijn bezig met het opbouwen van hun nieuwe leven in Noorwegen. Op dit moment werk ik intensief met een aantal families tegelijkertijd die binnen een paar maanden naar Nome zullen verhuizen. De meesten hebben hun arbeidscontract rond c.q. hun bedrijfsplan gereed en nu is de volgende opgave om de huisvesting voor elkaar te krijgen. Voor iedere familie moet een passend huurhuis gevonden worden. Het is een hele opgave om de juiste familie op de juiste plek terecht te krijgen. Maar tot nu toe is het altijd gelukt.

Op het eerste gezicht hebben zowel Marco en ik werk dat haast het tegenovergestelde lijkt aan de banen die we in Nederland hadden. Marco werkte in Nederland aan deursloten en stalen deuren, met name voor gevangenissen. Nu ontwikkeld hij speeltoestellen voor kinderen die onbezorgd en zonder remmingen willen spelen! Ik werkte in Nederland aan gemeentelijke herindelingen, vooral van gemeenten met naar verhouding weinig inwoners. Nu probeer ik het inwonertal van onze kleine plattelandsgemeente op peil te houden, zodat de gemeente zo lang mogelijk zelfstandig kan voortbestaan.

Maar lijkt ons werk oppervlakkig gezien heel anders, in principe draait het om hetzelfde. Marco is productontwikkelaar en heeft ook in zijn werk in Noorwegen te maken met veiligheidsnormen, materialen zoals staal en aluminium, productiemethoden zoals freezen en buigen, 3-D tekenen, het creatieve ontwikkelingsproces van idee via prototype naar eindproduct, enzovoorts. Ook tussen mijn werk bij de Nederlandse en de Noorse overheid zijn veel overeenkomsten. Ik ben verantwoordelijk voor de advisering aan het gemeentebestuur over mijn project: de werkwijze, de uitvoering en de voortgang ervan. Onderzoek, analyses, ontwikkeling, advisering, contacten onderhouden, het organiseren van overleg, rapporten schrijven, presentaties houden, zijn ook nu weer kernwoorden voor mijn werkzaamheden.

Uiteraard zijn er verschillen tussen ons werk in Nederland en dat in Noorwegen. Niet in de laatste plaats zijn dat culturele verschillen tussen de Noorse en de Nederlandse werkmentaliteit, verschillende manieren om vraagstukken te benaderen en verschillen in de manier van communiceren. Maar in deze verschillen ligt de uitdaging die wij zoeken in ons werkzame leven. Want werk is voor ons meer dan alleen geld verdienen. Wij willen ons ook graag persoonlijk ontplooien en ontwikkelen. Dat betekent niet dat het altijd makkelijk is. Integendeel, soms is het ronduit vermoeiend en soms zien we de uitdagingen waar we voor staan helemaal niet zitten. Maar toch zetten we er elke keer de schouders onder. Het geeft voldoening om goede resultaten te halen en te weten dat het bedrijf c.q. de organisatie onze inzet op prijs stelt. Dat geeft ons weer nieuwe zin. Op naar de volgende uitdaging!