lørdag 8. januar 2011

De IKEA-gids en mijn verlangen naar ruimte en vrijheid

In 1978 opende de eerste IKEA-vestiging in Nederland zijn deuren: in Sliedrecht, de plaats waar ik opgroeide. Ik was acht jaar en herinner me nog goed dat we wel eens mensen aan de deur kregen die vroegen hoe ze bij IKEA moesten komen. We woonden er niet eens bij in de buurt. Wat IKEA was, wisten we thuis eigenlijk niet, totdat mijn tante en oom uit Wijk bij Duurstede een keer op visite kwamen. Ze waren voor hun bezoek aan ons bij IKEA geweest en verhaalden enthousiast over het Zweedse woonwarenhuis met de functioneel vormgegeven meubels, de ingerichte toonkamers, de lage prijzen, de machine die keer op keer het kussen van de stoel indrukte om te laten zien hoe het terugveerde, het zelfbedieningsmagazijn en de platte pakketten met meubels die je zelf in elkaar moest zetten.

Jaren later, tijdens mijn middelbare schooltijd, kon ik urenlang heerlijk wegdromen bij de IKEA-gids over hoe ik mijn huis later zou willen inrichten. Over hoe ik zou willen leven en over wat ik met mijn huis uit zou willen drukken, mijn persoonlijkheid. IKEA kwam van een andere wereld voor mij. De donkere, klassieke meubels in de woonkamer van mijn ouderlijk huis contrasteerden scherp met de lichte en moderne IKEA-meubels. Alles in de IKEA-gids leek lichter, vrolijker, en... ruimer. IKEA was niet alleen geestverruimend voor mij, maar leek ook letterlijk ruimtescheppend te zijn in huis. De makkelijk zelf in elkaar te zetten meubels, de vrolijke kleuren, de ongecompliceerde designs en handige opbergers (tijdschriftcassettes, opbergdoosjes, ladenkastjes, enzovoorts) leken letterlijk ruimte te scheppen. Leefruimte, ademhalingsruimte, vrijheid!

Weer jaren later, toen ik na mijn studie ging werken en me voor het eerst zelf meubels kon veroorloven, kon ik mijn IKEA-woondroom waarmaken: licht en ruimte in mijn huis, wat voelde ik mij rijk! Maar het gevoel duurde niet zo heel lang. De ruimte binnenshuis was niet genoeg voor mij. Ik wilde natuur om mij heen, maar die leek in Nederland steeds verder te zoeken. Lange wandeltochten in de weekenden langs strand en door bos en duin konden het verlangen om permanent in een omgeving te wonen met ongerepte natuur om mij heen, niet compenseren. Nederland werd benauwd. Dat voelde ik ook aan het gratis IKEA-familiemagazine, waar ik een abonnement op had. In het magazine stonden reportages van mensen die hun huis met IKEA-spullen hadden ingericht. Een Française en haar man die op 65 m2 leefden, een Engels gezin van vier die het op 100 m2 deed en een Japanse op 15 m2. In vrijwel elk artikel was het centrale thema hoe je op een relatief kleine ruimte toch nog zo goed mogelijk kon leven. Overleven was dat in mijn ogen. En zo voelde ik het zelf ook, ondanks mijn voor Nederlandse begrippen royale appartement en stadstuin. Totdat ik eindelijk mijn hart volgde en mijn verhuizing naar Noorwegen realiseerde.

Het is ruim twee jaar later. Een lange werkdag compenseer ik de dag erna door een paar uur eerder naar huis te gaan. Thuis ben ik te moe om iets zinnigs te doen. Mijn oog valt op de IKEA-gids. Zou ik oude tijden kunnen laten herleven en heerlijk even een uurtje kunnen wegdromen over hoe ik ons toekomstige droomhuis zou kunnen inrichten? Mijn vingers bladeren door de pagina's. Maar hoe verder ik kom in de IKEA-gids, des te meer ik teleurgesteld wordt. De woonkamers, slaapkamers, badkamers en keukens komen me allemaal zo benauwd voor, zo klein. Alle meubels staan zo dicht op elkaar. De kleuren zijn donker, de designs druk en verwarrend.

Misschien komt het doordat in Noorwegen zoveel ruimte in overvloed is. Ook de huizen zijn ruim. Misschien ben ik ook veranderd, maar de IKEA-gids, eens het lichtende voorbeeld voor mij van "een ander en vrijer leven", maakte mij benauwd. De IKEA-gids schreeuwt mij toe hoe ik meer ruimte kan maken. Dat is nodig als je in een hokje leeft in de randstad van een of ander overvol land. IKEA is immers een bedrijf dat keihard concurreert op de wereldmarkt, van Duitsland tot Hongkong en van de Verenigde Staten tot Rusland. Ruimte is blijkbaar een wereldwijd probleem. Maar de toonkamers in de IKEA-gids kunnen mij niet langer inspireren. Ze zijn niet langer een voorbeeld voor mij van hoe ik het zou willen. Ze zijn eerder een voorbeeld voor hoe ik het niet zou willen.

Misschien is het een samenloop van omstandigheden, die mij diezelfde dag nog eens even goed doet realiseren waarom we naar Noorwegen zijn verhuisd. Er woedt in Nederland bij Moerdijk een grote brand. De levens van tienduizenden mensen zijn in gevaar. De gevolgen voor het milieu kunnen desastreus zijn.  s' Avonds laat is er een documentaire op tv over Tokyo, de drukbevolkste plek op aarde. De woonappartementen zijn zo klein dat volwassenen, als ze kinderen hebben, voor hun intieme momenten een hotel moeten opzoeken. Thuis hebben ze gewoonweg geen plek om zich terug te trekken. Mensen betalen entreegeld om in een dierenwinkel een paar uur door te brengen met konijn en kat. Ze hebben de ruimte niet om zelf een huisdier te houden.

IKEA was voor mij een van mijn eerste kennismakingen met een Scandinavisch land: een land in het noorden van Europa met mooie, ongerepte natuur en een manier van leven die dichter bij de natuur staat. De IKEA-gids gaf mij, een meisje van de Sliedrechtse polders, onder de rook van Rotterdam, in een rijtjeshuis en een familie van zes, een glimp van een andere wereld: een wereld met meer licht en ruimte en een levensstijl in harmonie met de natuur. Dertig jaar later woon ik in Scandinavië, in Noorwegen, en is de buitenruimte om mij heen in dit uitgestrekte land mijn thuis geworden. Ik zal zeker nog vaak in een IKEA-winkel komen en wellicht ook bij IKEA meubels kopen. Maar de IKEA-gids met de ruimtebesprende tips en handige woonoplossingen voor kleine ruimtes heb ik niet meer nodig. Bedankt IKEA, dat je me geïnspireerd hebt en een eind op weg geholpen hebt, maar nu ga ik verder op mijn eigen weg. Zonder gids.

Ingen kommentarer:

Legg inn en kommentar