søndag 27. desember 2009

Kerstmis in Noorwegen


Kerstmis in Noorwegen is een ware belevenis. Het is de tijd van veel tradities en gezelligheid. Voor de Noren betekent kerstmis kaarslicht, zelfgebakken koekjes, de geur van de kerstboom, kerstcadeautjes en de Noorse kerstman, Julenissen. Mensen denken eens wat meer over de dingen na en besteden tijd aan elkaar. Van oudsher was kerstmis een midwinterfeest, een feest van het licht, om te markeren dat de zon draait en de dagen weer langer worden.

Met onze tweede kerst in Noorwegen merken we dat we al wat vertrouwder worden met de Noorse kersttradities. We raken langzaam beïnvloed door de cultuur van ons nieuwe land. We staan niet langer belangstellend langs de zijlijn toe te kijken, maar we beginnen zelf voorzichtig deel te nemen.


Het hoogtepunt van het bakken voor kerst in Noorwegen is het maken van een peperkoekhuis. Er worden ware kunstwerkjes gemaakt met kastelen, kerken, huizen en zelfs hele peperkoekdorpen. In de stad Bergen wordt elk jaar een Guiness book of records poging gedaan met het bouwen van de grootste peperkoekstad. Iedereen mag zijn of haar in elkaar geknutselde bijdrage leveren. Dit jaar had een onder drugs beïnvloede tiener de stad kort en klein geslagen, maar door vereende krachten van de plaatselijke banketbakkersopleiding en de lokale bevolking is de stad uit zijn kruimels herezen en werd de recordpoging toch nog gehaald.

Wij hebben de stoute schoenen aangetrokken en met behulp van een doe-het-zelf pakket een peperkoekhuisje met gesmolten suiker in elkaar gelijmd. De ramen maakten we van een paar velletjes gelatine. Tot slot hebben we het mooi versierd met suikerglazuur en Smarties. We zijn erg trots op het resultaat. Niet slecht voor een stel beginnelingen!


De versierde kerstboom ontbreekt ook in Noorwegen niet. Vieren de Nederlanders op 5 december pakjesavond, in Noorwegen komt op 24 december, kerstavond, de Julenisse (kerstman) zijn cadeautjes brengen. Uit Nederland hadden drie Sinterklazen een pak snoepgoed toegezonden, zodat wij tijdens de kerstdagen van oer-Hollandse pepernoten, kikkers en muizen, marsepein en chocoladeletters konden genieten.

Dit jaar hebben we voor het eerst in ons leven kerstbrieven ontvangen. Dat vond ik heel ontroerend. We kregen een brief van Anne, de vrouw van mijn neef Koert, en een brief van Berit, onze buurvrouw in Etnedal. In een kerstbrief geeft de schrijver een persoonlijke beschouwing van het afgelopen jaar met de hoogtepunten, maar ook de onvermijdelijke dieptepunten. Ik vind dat een hele mooie traditie.


Op eerste kerstdag waren we uitgenodigd om met een aantal mensen uit de buurt in het bos worstjes te grillen. Noren zijn echte buitenmensen en als er iets is waar ze gek op zijn, dan is dat het grillen van worstjes in de buitenlucht boven een kampvuurtje. Iedereen had een rugzakje meegenomen met zitmatje, worstjes, broodjes en een thermos met thee of koffie. Van wat meegebracht brandhout konden we snel een lekker vuurtje maken. Een twijg is met een mes makkelijk om te toveren tot een spies. Worstje eraan en grillen maar. Lekker eenvoudig, heerlijk sportief en gezellig.

De rest van de kerst hebben we doorgebracht met uitslapen, gordijnen maken voor de woonkamer, spelletjes doen, stripboekjes lezen, film kijken en lekker koken en eten. We zijn heel blij dat onze omstandigheden nu zo veel beter zijn dan vorig jaar. Het autoongeluk is bijna vergeten. We hebben allebei werk en we wonen in een fijn huis. Dat is een heel goed gevoel.

søndag 20. desember 2009

Deurbel en huisnummer


Het leuke van emigreren is dat we elke dag wel iets nieuws leren over de Noren, de Noorse cultuur of de Noorse taal. Dit kan soms tot verrassende inzichten leiden. De volgende voorbeelden wil ik jullie niet onthouden.

Veel kleine plaatsen in Noorwegen kennen geen adressen. De huizen worden daar aangeduid met een naam of staan bekend door de naam van de mensen die er wonen. Postbodes in kleine plaatsen kennen dus vrijwel de hele plaatselijke bevolking bij naam! Dat zou onvoorstelbaar zijn in Nederland. Ons huis in Bruflat (Etnedal kommune) had ook geen adres. Het stond plaatselijk bekend als Fredli wat zoiets als vredig of vredespad betekent. Bij de deurbel stond een kaartje met Friedland erop. Ik heb dat altijd beschouwd als een versie op de naam van het huis. Friedland zou immers vrij vertaald kunnen worden als Vredesland. Wat schetst onze verbazing toen we naar ons huidige huis aan de Hjelsethvegen verhuisden. Ook hier stond keurig netjes een kaartje bij onze deurbel met Friedland erop. Wat een ongelofelijk toeval dat dit huis ook Friedland heette of misschien een versie van iets dat vredig, vreedzaam of vrede betekent! We werden echter snel uit de droom geholpen door onze huiseigenaren: Friedland is een bekende producent van deurbellen in Noorwegen en ter promotie van hun produkten doen ze standaard een kaartje bij de deurbellen met hun naam. Onze huiseigenaren die tegenover ons wonen hebben zelf ook zo'n deurbel inclusief kaartje. De bedoeling is natuurlijk om het kaartje te vervangen door een kaartje met je eigen naam erop, maar ja... waar is dat nou voor nodig als toch iedereen, inclusief de postbode, weet waar je woont.

Gisterenavond waren we uitgenodigd voor een gezellig samenzijn bij onze huiseigenaren, Anders en Jane Hjelseth. Daar hoorden we het verhaal van ons huisnummer. We wonen aan de Hjelsethvegen 135. De weg is dus genoemd naar de familie Hjelseth. Zij wonen schuin tegenover ons op nummer 140 in het laatste huis onderaan de weg, zo'n 200 meter van de brygge (aanlegsteiger) bij het meer. Staan er dan 140 huizen aan de Hjelsethvegen? Wel nee joh, zo druk bevolkt is het hier niet. De huisnummers buiten het centrum duiden het aantal honderden meters af vanaf de hoofdweg. Dat is wel zo gemakkelijk voor nooddiensten, zoals ambulances. De afstand van ons huis tot de hoofdweg is dus 1,35 kilometer. Bij de hoofdweg staat een richtingaanwijzer naar Hjelsethbrygge van 1,6 kilometer. Klopt als een bus. Als je weet wat het betekent.

søndag 13. desember 2009

Taalcursus

Marco en ik zijn een aantal weken geleden weer aan een taalcursus Noors begonnen bij Nathalie van Wijk van Noorsonline. Een keer in de twee weken hebben we via Skype een uur privéles met haar. Het gaat om de cursus op B2 niveau, de vierde in de rij van het Europese referentiekader voor talen. Als we de cursus met goed gevolg afronden zouden we de zogenaamde Bergenstest kunnen doen: een test voor Noors op hoger niveau. Door te slagen voor deze test kun je als buitenlander studeren aan hogeschool en universiteit in Noorwegen. Tevens is het een graadmeter voor bijvoorbeeld Noorse werkgevers voor het niveau van je Noorse taalvaardigheid.

Het is niet dat we ons vervelen of dat we nou zo'n zin hebben in nog een taalcursus. We willen onze vrije tijd eigenlijk liever besteden aan sport, hobby's en het opdoen van contacten in onze nieuwe woongemeente. Toch buigen we ons na het avondeten steevast boven de boeken om Noorse grammaticaregels te leren toepassen en onze Noorse woordenschat te vergroten. Dit maakt ons waarschijnlijk tot één van de braafste en meest gedisciplineerde Nederlandse emigranten in Noorwegen.

We denken dat het leren van de Noorse taal de beste investering is die we op dit moment kunnen doen naast het opdoen van Noorse werkervaring. Het goed en vlot spreken van de Noorse taal is een must om passend werk te vinden, om goed mee te kunnen draaien in het Noorse arbeidsleven, en anderszins deel te kunnen nemen aan de Noorse samenleving. We weten ook dat we er over een jaar of een paar jaar helemaal geen zin meer in hebben om Noorse les te volgen, en dat we het daarom beter nu maar kunnen doen.

Wij merken dat we niet meer zo vlot kunnen leren als toen we jong waren en op de middelbare school Engels en Duits leerden. Desondanks gaan we langzaam maar gestaag vooruit met onze Noorse taalvaardigheid. Dat merken we aan kleine dingen. Een jaar geleden waren we nog onwennig bij het gebruik van bepaalde beleefdheidsfrasen of moesten we nog nadenken over redelijk eenvoudige zinnen. Die komen er nu veel vlotter en zelfverzekerder uit. De ene dag gaat het echter beter en makkelijker dan de andere dag. Het is dan net als met een "bad hairday": je probeert er van alles aan te doen, maar die dag lukt het gewoonweg niet. De volgende dag vraag je je af waarom je zo hebt lopen stuntelen omdat het er dan vloeiend uit komt. Dat zijn de minder leuke ervaringen, maar we maken vooruitgang en daar houden we ons aan vast. Het bewijst eens te meer dat emigreren bovenal een flinke portie lef en doorzettingsvermogen vereist.

søndag 6. desember 2009

Kontortur til Målselv


Een van de voordelen van het werken bij een cultuurafdeling is, dat het vaak net even anders gaat dan anders. Ons jaarlijkse bedrijfsuitje ging dan ook naar Målselv in het hoge Noorden van Noorwegen, zo'n 1700 kilometer van Ulefoss. Ter vergelijking: dat is bijna 1,5 maal de afstand van Utrecht naar Ulefoss. Ons afdelingshoofd Eva Rismo komt hier vandaan en zij had een heel programma voor ons in elkaar gezet met overnachtingen bij haar ouders. De vliegreis betaalden we zelf, maar de overige kosten en twee werkdagen waren voor rekening van de gemeente.

Op donderdag 3 december was het heel vroeg opstaan om in de trein naar Oslo te stappen. We waren uiteindelijk met z'n vijven, een mooi clubje. Op Oslo Gardemoen konden we ontbijten en vervolgens in het vliegtuig stappen naar Bardufoss. Daar kwamen we rond het middaguur aan op het lichtste punt van de dag. In Noord-Noorwegen is het nu mørketid: de tijd dat de zon niet meer boven de horizon komt. Tijdens ons bezoek werd het om 10 uur 's ochtends licht en dan kon je bij helder weer een soort vaag, roze ochtendgloren zien. Om twee uur 's middags werd het donker. Dat was een heel vreemde gewaarwording: je ziet kinderen die uit school komen over straat lopen en mensen die aan het werk zijn in de kantoren, terwijl het voor je gevoel midden in de nacht is.

We werden allerhartelijkst ontvangen door de ouders van Eva. Ter introductie maakten we een korte autotocht naar een berg in de omgeving om te genieten van het uitzicht (zie foto). Het zou immers snel donker worden. Vervolgens gingen we naar hun huis, waar er voor ieder een logeerkamer was klaargemaakt. Na de uitgebreide lunch kregen we bezoek van een locale historicus die kwam vertellen over de geschiedenis van Målselv. De gemeente is nog maar 200 jaar oud (!), voor die tijd trokken alleen Samen (Lappen) met hun rendieren door de omgeving. Vervolgens maakten we een korte wandeling naar het centrum om te kijken naar bezienswaardigheden over de geschiedenis van Målselv, zoals een standbeeld, een gedenkteken en de oude brug.

Terug in hotel Rismo kregen we elghakk geserveerd: een mengsel van elandengehakt en gekookte aardappelen. Super lekker, zeker met een flinke schep veenbessencompote erbij. Als toetje kregen we een reuzetaart geserveerd die in Noorwegen 'verdens beste' (de beste van de wereld) genoemd wordt. 's Avonds maakten we een tocht naar Blånissenland, een themapark voor kinderen dat gebaseerd is op een modern Noors sprookje over kabouters die in blauwe bergen wonen. De avond werd afgesloten met kaasjes en wijn voor de televisie om naar een spannende krimi te kijken.

De volgende ochtend, vrijdag 4 december, kregen we een uitgebreid ontbijt voorgeschoteld, met onder andere gerookte zalm, gekookte eieren, jam van multebær (een bergframboos die veelvuldig voorkomt in Noord-Noorwegen) en natuurlijk zelfgebakken brood. Vervolgens begonnen we aan een tocht langs achtereenvolgens Filmcamp (filmproductiebedrijf), Istindportalen (cultuurhuis met onder andere theaterzaal, bibliotheek en muziekschool), Polarbadet (zwemparadijs), Bardufosshallen (sporthal) en Målselv Næringshage (bedrijfsverzamelgebouw). Overal werden we goed ontvangen en kregen we rondleidingen en uitleg over de gebouwen en hun functies. Dat was super interessant. Vervolgens was het pizza eten in het favourite pizzarestaurantje van Eva en gingen we naar een concert dat georganiseerd was door het plaatselijke mannenkoor. Ze hadden voor deze gelegenheid het Zweedse muziekgezelschap Fotefar ingehuurd waarmee ze prachtige kerstliederen vertolkten. Het was een waar kwaliteitsconcert dat we meemaakten in de gymzaal van een schooltje in deze uithoek van de wereld. Meer over Fotefar kun je zien en horen op: http://www.myspace.com/fotefar.

Op zaterdag 5 december konden we uitslapen. Het was immers weekend. Na weer een geweldig ontbijt gingen we naar Runhaugmartna'n, de jaarlijkse kerstmarkt in Målselv. Er waren veel kraampjes waar prachtig handwerk te koop was. Er kon gesmult worden van smultringen: gefrituurde deegringen die... om te smullen zijn. Er was bål (kampvuur), er waren ijssculpturen, er werd met paard-en-wagens gereden, en nog veel meer. Als cultuurfans zijn we ook naar het kindertheater geweest. In de stal van een nabijgelegen boerderij konden we zittend op hooibalen genieten van een voorstelling van de plaatselijke amateurtheatergroep met na afloop een ronde door de koeienstal. Zo eenvoudig allemaal, maar wat is er eigenlijk meer voor nodig om kinderen te vermaken?

Na het middaguur was het tijd om naar de luchthaven te gaan. In het donker stegen we op om naar het zuiden te vliegen. Het was mijn eerste kennismaking met Noord-Noorwegen en ik vond het ronduit fantastisch. Niet in het minst omdat de mensen overal zo hartelijk waren. Het hoge Noorden is nu niet meer ver weg voor mij, het heeft een zeer warm plekje in mijn hart.