tirsdag 28. juli 2015

Bruk og kast tape sammen

Det gamle veikartet mitt var nesten helt i stykker så jeg har tapet det sammen. Kartet har jeg kjøpt i 2007 da jeg kjørte med bilen min fra Nederland til Norge for første gang. Jeg hadde ordnet sommerjobb i Drangedal kommune. Det var en fantastisk og vidunderlig opplevelse, og grunnen til at jeg har begynt å undersøke om jeg kunne bo permanent i Norge. Drøyt ett år senere har jeg brukt kartet igjen da jeg kjørte fra Nederland til Norge med bilen min fullpakket med det aller mest nødvendige. Flyttebilen skulle følge etter noen uker senere. Jeg hadde fått fast jobb som kulturkonsulent i Etnedal kommune og fikk leie hus der. I årene etterpå ble det flere innenlandske flyttinger (sukk) og flotte ferier i eget land. Kartet ble flittig brukt og falt nesten fra hverandre til slutt. I stedet for å kaste det og kjøpe nytt, har jeg fikset det med litt tape. Nå er det ett kart igjen som kan vise meg veien i flere år fremover. Marco har spurt meg flere ganger om jeg vil ha bilnavigasjon, men den trenger jeg ikke. Jeg bruker heller kartet mitt for å finne veien. Det er enkelt, effektiv og svært miljøvennlig!

Mijn oude wegenkaart hing in stukken aan elkaar dus heb ik 'm aan elkaar geplakt met plakband. De kaart heb ik in 2007 gekocht toen ik voor de eerste keer met mijn auto van Nederland naar Noorwegen reed. Ik had een zomerbaan geregeld bij de gemeente Drangedal. Het was een fantastische en schitterende belevenis, en reden dat ik ben gaan onderzoeken of ik permanent in Noorwegen kon gaan wonen. Ruim een jaar later gebruikte ik de kaart weer toen ik van Nederland naar Noorwegen reed met mijn auto volgepakt met het aller meest noodzakelijke. De verhuiswagen zou een paar weken later volgen. Ik had een baan gekregen als beleidsmedewerker cultuur bij de gemeente Etnedal en kon daar een huis huren. De jaren erna volgden vele binnenlandse verhuizingen (zucht) en mooie vakanties in eigen land. De kaart werd geregeld gebruikt en viel uiteindelijk bijna uit elkaar. In plaats van weg te gooien en een nieuwe te kopen, heb ik de kaart opgelapt met een beetje plakband. Nu is het weer één kaart die mij nog vele jaren de weg kan wijzen. Marco heeft mij vele malen gevraagd of ik autonavigatie wil hebben, maar die heb ik niet nodig. Ik gebruik liever mijn kaart om de weg te vinden. Dat is eenvoudig, doeltreffend en heel milieuvriendelijk! 

søndag 26. juli 2015

Dovrefjell - een wandeltocht met vele belevenissen

Op zaterdag 18 juli jl. vertrokken we met de auto naar de Dovrefjell. Al weken van tevoren hadden we ons voorbereid en verheugd op deze vakantie (lees het blog: Op naar Dovrefjell!). Na 450 kilometer rijden, hebben we overnacht op de camping van de berghut Furuhaugli, vlak bij het beginpunt van onze wandeltocht. We maakten voor de eerste keer gebruik van onze nieuwe trekkerstent. 's Avonds hebben we een wandeling gemaakt naar de bergtop Mehøe op 1.270 meter hoogte.




Op zondag 19 juli zijn we op ons gemak opgestaan en naar Kongsvoll gereden. Bij Kongsvoll fjellstue parkeerden we de auto en deden we onze rugzakken om. Het was mooi, droog weer en we hadden een fantastisch mooie wandeltocht van ruim 16 kilometer naar de berghut Reinheim. Aan het begin moesten we flink stijgen totdat we boven de boomgrens kwamen. Van het groene en vruchtbare laagland met bomen en kleurrijke bloemen kwamen we op het schrale bergplateau met rendiermos, dwergberk en heide. Tot onze grote verrassing kwamen we muskusossen tegen, verspreid in groepjes op de berghellingen. Een grote muskusos konden we van relatief dicht bij bekijken, veilig aan de andere kant van de rivier op de tegenoverliggende berghelling.

Muskusossen zijn prachtige, indrukwekkende oerdieren. Ze stammen uit de tijd dat er mammoeten rondliepen en ondanks wat hun naam doet vermoeden, zijn ze verwant aan geiten en schapen. De dieren worden 2 tot 2,5 meter lang en kunnen 400 kg wegen. Ondanks hun logge uiterlijk kunnen ze snelheden halen van 60 km per uur. Dat ze hard kunnen hollen, zagen we met eigen ogen toen een muskusos naar een soortgenoot rende. Het zijn vredelievende dieren, maar ze houden er niet van als mensen te dicht bij komen. Bij het binnenkomen van het gebied wordt je er voor gewaarschuwd om minstens 200 meter afstand te houden. Een aanval van een muskusos wordt altijd gezien als je eigen schuld: dit is het rijk van de muskusossen en als mens ben je slechts op bezoek.






De volgende dag stond een tocht naar de bergtop Snøhetta op ons programma. Snøhetta is met zijn 2.286 meter een van de hoogste toppen van Noorwegen en de hoogste berg van Dovrefjell. We zouden circa 900 meter stijgen en dalen deze dag. Op weg naar de top hadden we veel zon en omdat we enkele grote sneeuwvelden moesten oversteken, werden onze gezichten rood verbrand. Aanvankelijk kwamen we mooie bergflora tegen, maar naarmate we hoger kwamen waren er alleen nog maar stenen en sneeuw om ons heen. We doorkruisten vele "steenvelden" met enorme rotsblokken waar we overheen moesten klauteren. Halverwege werd de route aangegeven met hoge ijzeren staken die in de rotsblokken waren verankerd. We zwoegden van staak naar staak. De laatste honderden meters gingen over de sneeuw. Het was hard doorbuffelen, maar eindelijk bereikten we de top. 

We hadden een fantastisch 360 graden uitzicht met in de verte de gebergten van Rondane en Jotunheimen. Beneden ons, aan de andere kant van de bergrug, keken we in de duizelingwekkend diepte van de krater van het bergmassief en een ijsblauw gletsjermeer. We konden vlug even foto's maken en lunchen, maar we zagen de lucht in de verte al betrekken. We hadden net de eerste passen op de weg terug gezet, toen het begon te sneeuwen. Moe maar voldaan kwamen we in de namiddag in de hut aan. 







Op dinsdag 21 juli zijn we 's ochtends op pad gegaan naar de volgende berghut, een wandeltocht van bijna 10 kilometer. Het was mistig, waardoor de met mos bedekte stenen er geheimzinnig uitzagen. Na een half uur begon het te regenen en het begon steeds harder te waaien. Dat maakte het lopen een stuk minder aangenaam. Halverwege de wandeltocht moesten we een bergpas oversteken. Het ging steil omhoog op een zanderig pad met losliggende stenen. Boven op de pas waaiden we haast omver. Mijn hoop op beter weer aan de andere kant kwam niet uit. Het was er even donker, regenachtig en koud. De afdaling was minstens zo steil en ging over een sneeuwveld. Het was nog een hele klus om op het sneeuwveld te komen, omdat de onderrand was weggesmolten. Met een grote stap of een kleine sprong risiceer je door de sneeuwrand te breken, maar gelukkig hield de rand het. 

De rest van de wandeltocht was het klunen over nog meer sneeuwvelden, enorme rotsblokken en riviertjes. Het werd spannend toen we een rivier moesten oversteken via een sneeuwbrug die aan beide kanten flink ingezakt was. Zou de brug ons kunnen houden? De rivier zelf was niet zo diep, maar de sneeuwbrug was minstens 1,5 meter dik. Als je er doorheen zakt, hoe klim je er dan uit? En wordt je niet bedolven onder de sneeuwresten? Gelukkig hield de brug het. Vroeg in de middag kwamen we in Åmotdalshytta aan. We waren zo vroeg, omdat we door de koude en de regen onderweg vrijwel geen pauzes hadden genomen. In de hut konden we de kachel opstoken, zodat we snel weer op temperatuur kwamen en eindelijk een hapje eten.




De volgende dag gingen we vol goede zin verder op pad. Volgens onze hutgenoten die de dag er voor nog een weersvoorspelling hadden meegekregen, zou het een mooie dag worden. Het was inderdaad droog, met af en toe en glimp zon, maar er stond nog steeds een koude wind. Het zou een lange dag worden met 24 kilometer voor de boeg, dus we vertrokken bijtijds. We begonnen de tocht met het oversteken van een brede rivierbedding. Marco en ik hebben door onze wandelervaringen op de Hardangervidda inmiddels heel wat ervaringen met het uitdagende passages, hetzij rivieren, sneeuwvelden, rotsen of anderszins. Samen helpen we elkaar en dan komen we er wel!

Door het droge weer konden we een theepauze nemen en rond het middaguur konden we lunchen bij het hutje Loennenchenbua. Loennenchenbua is de kleinste berghut in Noorwegen met maar twee bedden en ligt erg mooi aan een bergmeer. Het hutje is populair omdat het er zo romantisch zou zijn, maar een blik naar binnen en wij waren er meteen klaar mee. Van binnen is het er zo klein dat je het er benauwd van krijgt, en bovendien is het er stoffig en lelijk. In een berghut mag niemand onderdak geweigerd worden (het kan immers levensgevaarlijk zijn in de bergen), waardoor er soms 10 mensen tegelijk in het hutje de nacht moeten doorbrengen. We moesten er niet aan denken om met zoveel mensen opeengepakt in het krappe hutje te zitten.

Na de lunch hadden we meteen een uitdagende passage te pakken. We moesten langs de berghelling rond het meer wandelen, maar de berghelling bestond uit steile sneeuwhellingen (die afliepen in het water!), grote rotsblokken waar we met handen en voeten (met een rugzak om) overheen moesten klauteren en een steil gedeelte met losliggende en afbrokkelende leistenen. Op bepaalde stukken heb ik alleen maar stap voor stap Marco gevolgd en niet op of om gekeken, zo eng vond ik het. Na enkele kilometers kwamen we in een waterrijk gebied waar we lekker middagpauze konden houden in de zon. Ons flesje water tapten we zo uit de rivier. Daarna begon de grote afdaling (circa 500 meter) naar het dal. Het was een lang pad dat makkelijk te lopen is. Onderweg zagen we steeds meer verschillende plantjes, bloemetjes en insekten. Vervolgens kwamen de eerste bomen en kwamen we schapen tegen. Vanuit het dal kwamen voortdurend mistflarden omhoog. Pas de volgende dag begrepen we dat het komt omdat er maar liefst drie grote watervallen in het dal uitkomen! Het laatste stuk ging langs een onverharde weg totdat we bij de Hobbithuisjes van de berghut Gammelsetra aankwamen.

Gammelsetra was oorspronkelijk een zomerboerderij waar de boerenfamilie in de zomer naar toe trok om het vee op de vruchtbare berghellingen te laten grazen. De oude gebouwen zijn van buiten in tact gebleven, en van binnen omgebouwd tot een eenvoudige berghut met slaapvertrekken en zit- en kookgelegenheden. Doordat er slechts enkele piepkleine raampjes zijn, is het er erg donker, waardoor je overdag kaarslicht moet gebruiken. Het plafond en de deuropeningen zijn laag, zodat je voortdurend moet bukken. Het is heel compleet met kooktoestellen, houtkachels, servies, stoelen en banken, maar het is er heel popperig en klein, hetgeen het een extra charme geeft. We waanden ons op bezoek in een Hobbithuisje!














Op onze laatste wandeldag regende het volop. We moesten bij vertrek al de regenkleding aantrekken. We volgden een pad waarlangs we spectaculair uitzicht zouden moeten hebben op de Lindalsfossen, maar het was zo mistig dat we helemaal niets van de waterval zagen. Het was erg glad op de smalle paadjes door het bos. We zouden via het ravijn waar de drie rivieren bij elkaar komen twee "bruggetjes" moeten oversteken en daarna een steil pad omhoog moeten volgen. Dat vond ik te gevaarlijk worden. In plaats van de wandelroute te volgen, kozen we ervoor om verder via de autoweg naar het eindpunt van onze tocht te lopen, de bediende berghut Vangshaugen. We hadden een paar kilometer gelopen, toen er een auto naast ons stopte met twee vrouwen die ons een lift aanboden. Daar zeiden we geen nee tegen. Lopen op een autoweg, hoe stil de weg ook was, is geen pretje en het bleef maar doorregenen. We werden voor de deur van Vangshaugen afgezet en werden vervolgens hartelijk ontvangen in de receptie.

Met een warme douche kwamen we op temperatuur en voelden we ons lekker fris. 's Avonds bij het diner bleven de schalen met eten maar langs komen, en konden we onze buikjes vol en rond eten. Vangshaugen werd rond 1910 gebouwd door de rijke Engelsman Lort-Philips en diende als "sportvilla" voor het vissen naar zalm en het jagen naar wild. De villa is prachtig gesitueerd aan een meer en werd van binnen ingericht met leren fauteuils, een bibliotheek, een piano, porceleinen serviezen en mooie wandkleden. Het interieur is deels bewaard gebleven en met een beetje fantasie waanden we ons in de sfeer van overloed en luxe van welleer. Wederom een geweldige belevenis.





De volgende dag kwamen we bij het ontbijt in gesprek met een boer uit Femundsmarka die een paar dagen pauze van zijn koeien had genomen. We kregen van hem een lift van Vangshaugen naar Oppdal. Tijdens de autorit vertelde hij aan een stuk door over de omgeving en de bouwstijl van de boerderijen. Toen hij ons verhaal hoorde van onze laatste verregende wandeldag, maakte hij een stop bij een uitzichtspunt zodat we alsnog het ravijn konden zien waar alle rivieren en watervallen samen komen. In Oppdal werden we afgezet bij het buss- en treinstation. Het was rond het middaguur en het bleek dat de eerstvolgende trein naar Kongsvoll pas om 16.00 uur zou vertrekken. We hadden inmiddels zoveel goede ervaringen met liften dat we besloten onze duim omhoog te steken. Binnen 10 minuten hadden we een lift van een student die ons ruim een half uur later keurig bij Kongsvoll fjellstue afzette. Vanaf Kongsvoll fjellstue konden we met onze eigen auto naar Hjerkinn fjellstue rijden, waar we onze laatste nacht in Dovrefjell zouden doorbrengen. Diezelfde middag hebben we ook nog even in het plaatsje Dombås rond gekeken. Het is een druk toeristisch centrum met vele winkels en restaurants. Dat was even wennen na de stilte van de bergen.

Hjerkinn fjellstue is een alleraardigst berghotel met mooie kamers en een sfeervolle lobby. We konden onze verkleden met de schone kleren die in de auto lagen. 's Avonds hebben we een hapje gegeten bij de berghut Furuhaugli waar we zo fijn de eerste nacht op de camping hadden doorgebracht. De volgende dag zijn we op ons gemak opgestaan en na het ontbijt rustig naar huis gereden. Onderweg zagen we het landschap veranderen van de woeste, ruige bergen naar de wijde dalen en groene akkers. In vijf dagen hebben we ruim 70 kilometer te voet afgelegd. We hebben de wilde natuur van Dovrefjell met de muskusossen en de ruige bergen in ons hart gesloten. De ideeën voor een nieuwe wandeltocht in Dovrefjell hebben we al klaar. Wij komen graag terug!




fredag 29. mai 2015

Berichten van het klushuis: voortgang gang, badkamer en wasruimte

De afgelopen weken hebben de vaklieden hard gewerkt aan de badkamer en de wasruimte. Achtereenvolgens zijn de loodgieter, de elektricien en de vloerlegger / tegelzetter langs geweest. Het voelt goed dat er eindelijk weer iets opgebouwd wordt. Ondertussen zijn we zelf verder gegaan met de gang op de benedenverdieping. Marco heeft de schrootjes van het trappenhuis geverfd. We vinden het jammer om het hout te verven, en het is ook niet zo milieuvriendelijk (ookal gebruiken we milieuvriendelijke verf), maar het wordt zo veel lichter en aangenamer. Ik heb de moed opgevat om verder te werken aan de schoorsteenmuur. Die is nu voor de helft af.



De siste ukene har fagarbeiderne jobbet hardt på badet og vaskerommet. Henholdsvis har rørleggeren, elektrikeren og gulvleggeren / flisleggeren vært innom. Det føles godt at det endelig bygges noe opp igjen. I mellomtida har vi selv jobbet videre med gangen i første etasje. Marco har malt furupanelene i trappeoppgangen. Vi synes det er leit å male treverket, og det er heller ikke miljøvennlig (selv om vi bruker miljøvennlig maling), men det blir mye lysere og behagligere. Jeg har tatt mot til meg å jobbe videre på teglsteinspipa. Den er halvveis ferdig nå.